Deze website maakt gebruikt van cookies om instellingen te onthouden en om de website beter op uw behoeften af te stemmen. Klik hier voor meer informatie over cookies.

Ja, ik ga akkoord Nee, ik ga niet akkoord X

Verzekeringsgeneeskundige capaciteit 2014

De komende jaren doen we op het gebied van verzekeringsgeneeskundige capaciteit extra inspanningen. Dit doen we met het oog op de volumeontwikkelingen en het gegeven dat veel verzekeringsartsen binnen afzienbare tijd met pensioen gaan. Daarnaast hebben we de komende jaren extra taken, zoals de eerstejaars Ziektewetbeoordeling in het kader van de Modernisering Ziektewet, de herbeoordelingen van Wajongers in het kader van de Participatiewet en de indicatiestellingen in het kader van de Participatiewet voor onder andere beschut werk.

Om onze wettelijke taken in 2014 te kunnen uitvoeren, voeren we een meersporenbeleid. Op de korte termijn treffen we landelijke maatregelen om de opleidingscapaciteit te vergroten en de productiviteit van verzekeringsartsen tijdens hun opleiding zo veel mogelijk te benutten. Ook zorgen we voor een zo efficiënt mogelijke begeleiding.

In 2010 zijn we al gestart met meerjarige maatregelen om de artsencapaciteit op het benodigde niveau te brengen. Met het project Flair willen we het imago van de verzekeringsarts verbeteren, nieuwe artsen werven, jonge nieuwe artsen die bij ons in dienst treden binden en boeien, en een flexibele schil creëren. Op basis van onze strategische personeelsplanning willen we in 2014 80 basis- en bedrijfsartsen werven die de opleiding tot verzekeringsarts gaan volgen, in 2015 nog eens 40 artsen en de jaren daarna telkens 20 tot 30 per jaar.

Aanvullend bieden we in 2014 80 basisartsen die in afwachting zijn van een opleidingsplek in een kliniek of die nog geen specialisatie gekozen hebben (ANIOS), de mogelijkheid een jaar ter overbrugging voor ons te werken en kennis te maken met het vak van verzekeringsarts en met UWV. Dankzij deze initiatieven hebben we met succes bedrijfsartsen en basisartsen kunnen werven die zich willen specialiseren tot verzekeringsarts (AIOS). Het aantal artsen in opleiding tot verzekeringsarts is gestegen tot 170. In de eerste 4 maanden van 2014 zijn 38 basisartsen (22 fte’s) gestart en 15 verzekeringsartsen (12,6 fte’s) vertrokken. In januari zijn de eerste 2 ANIOS-klassen 2014 gestart: een ZW-klas met 7 en een WIA-klas met 11 ANIOS. Begin mei zijn er wederom 2 klassen gestart: een ZW-klas met 14 en een WIA-klas met 13 ANIOS. In totaal maken we al gebruik van 45 van de 80 in 2014 beoogde ANIOS. In de eerste 4 maanden zijn ook gesprekken gevoerd met 10 basisartsen die na 1 mei in dienst zullen treden. Gelet op het stijgende aantal artsen in opleiding is de opleidingscapaciteit binnen SMZ opgerekt. We blijven zoeken naar mogelijkheden om de opleidingscapaciteit te verruimen, zodat het beoogde aantal op te leiden artsen opgevangen kan worden door de organisatie.

Daarnaast nemen we maatregelen om verzekeringsartsen zo efficiënt mogelijk in te zetten. Na een succesvolle pilot in 2012 zijn we in 2013 begonnen om voor enkele klantgroepen taakdelegatie in te zetten, in ieder geval voor de duur van 3 jaar. Daarbij doet een sociaal-medisch verpleegkundige of medisch secretaresse onder verantwoordelijkheid van de verzekeringsarts werk dat de arts voorheen veelal zelf deed. Zo kunnen we de artsen inzetten waar ze de hoogste toegevoegde waarde hebben. Het was de bedoeling dat 200 verzekeringsartsen eind 2013 met taakdelegatie zouden werken. De groei van het aantal verzekeringsartsen dat ermee werkt blijft echter achter bij de verwachting. We voeren op dit ogenblik een analyse uit naar de oorzaak. Deze analyse wordt in het derde kwartaal van 2014 afgerond.

Pagina opgeslagen in Mijn UWV verslag Voeg deze pagina toe Mijn UWV verslag

Opties: print e-mailen